Individual Notes

Note for:   Eelke Harmens,   1745 - 1808         Index

Individual Note:
      huwelijk voltrokken in het bijzijn van zijn vader; met consent van haar moeder



Individual Notes

Note for:   Ruurd Tietes,   1670 -          Index

Individual Note:
      Ruurd Tietes en Atje Gosses, elk van Oosthem waren schuldig aan verschoten penningen 100 carolusgulden aan Walle Claesens, mr. schoenmaker en Antje Rinties van Sneek. (Akte X 14-37, 26-4-1690,geregistreerd 1717).
Hij verkocht in mei 1710 aan Ids Gerbens, huisman te Oudega cum uxore,een sate van 50 pondemaat land plus huis, schuur, bomen, plantagie en watermolen tot Heeg, beswaart met zeventien florenen en zes en twintig stuivers, zeedijken en paallagen, na avenant wijders met lasten enprofijten en servituten, van drijfhout als dijken en dammen, sijlen, setten, vaarten van ouds daartoe zijnde, met recht om voorgeschreven sate tot mei 1711 te gebruiken zonder huur, koopsom 55 carolusgulden.
In 1698 Ruurd meier op stemnummer 18, in 1708 eigenaar - See more at: http://genealogie.huizekuipers.nl/getperson.php?personID=I2738&tree=hu izekuipers#sthash.SbOs4dNn.dpuf



Individual Notes

Note for:   Wieke Prins,    -          Index

Individual Note:
      vertrekt naar USA



Individual Notes

Note for:   Bart Prins,    -          Index

Individual Note:
      vertrekt naar Canada



Individual Notes

Note for:   Hetske de Vries,    -          Index

Individual Note:
      slager te Balk en Wyckel



Individual Notes

Note for:   Leeuwke Sakes Zandstra,   1899 -          Index

Individual Note:
      Twee Lemster redden dijk Lemmer-Urk.

LEMMER - Dankzij de inzet van de Lemsters Leeuwke Zandstra, geboren op 19 mei 1899 en Ties (mogelijk ook Theo) Prins is de Noordoostpolder (toen nog het Nieuwe Land geheten) vlak na de Tweede Wereldoorlog waarschijnlijk voor een catastrofe behoed. Door een aantal vaten springstof onschadelijk te maken, voorkwam het tweetal dat de dijk werd opgeblazen en het lage land onderliep. Dit blijkt uit Bas Sleeuwenhoeks boek 'Het schrale eind, een reis langs de bedwongen Zuiderzee' * Sleeuwenhoek interviewde gedurende een periode van 4 jaar honderd mensen die hebben meegemaakt hoe de Zuiderzee veranderde in het IJsselmeer na de aanleg van Afsluitdijk. De journalist en schrijver wilde weten hoe deze verandering hen persoonlijk beïnvloedde, maar ook wat het deed voor natuur en visserij.

Zandstra’s verhaal staat uitermate boeiend beschreven en laat zien hoe een Zuiderzeevisser verwerd tot een kantonnier van de dijk Lemmer-Urk. De Lemster die inmiddels is overleden begon als vissersknecht bij Jurjen Bootsma op de LE42 en maakte in de jaren 1930 en 1931 mee dat de vangsten nog uitermate goed waren. Dit was waarschijnlijk te danken aan de laatste stroomgaten in de Afsluitdijk, aldus Zandstra in het boek.

Na de aanleg van de dijk kreeg de visser een baan bij de Zuiderzeewerken en werd hij peiler op een baggermolen. Hij zette daar grenzen uit voor wat later de Noordoostpolder zou heten. Toen de baggerboten hun werk hadden gedaan, kreeg Zandstra ander werk; hij werd opzichter op de dijk Lemmer-Urk. Hij hield de vooruitgang van de steenzetters van de basaltblokken bij en controleerde hoeveel puin er werd aangevoerd. Als geen ander zag hij de nieuwe polder ontstaan. Die polder was er echter bijna niet meer geweest als hij niet samen met Prins had ingegrepen. De Duitsers hadden tijdens de oorlog in de dijk (bij de Bumasluis) zes vaten met springstof gezet om de dijk op te blazen.

Het plan werd weliswaar nooit uitgevoerd, maar op de eerste dag na de bevrijding stonden de vaten nog altijd op hun plaats. Zandstra, die nog nooit een bom van dichtbij had gezien vatte samen met Prins het plan op om het projectiel onschadelijk te maken. Later zou Zandstra zeggen dat hij dit eigenlijk in een bui van overmoed had besloten en gedaan. Zijn vrouw en kinderen heeft hij er bijvoorbeeld nooit over verteld.

Losbikken.

Dat de mannen waarschijnlijk flink wat risico hebben genomen bij het demonteren van de ,bommen’ blijkt wel uit het feit dat de mannen aan het zagen en het bikken zijn geweest om de springstof te verwijderen. De bovenkant van de vaten waren afgedekt met een laag mastiek en in het midden stonden koperen buisjes. Zandstra plaatste de punt van een beitel op de taaie laag en bikte met behulp van een hamer de mastiek los. Toen er geel poeder zichtbaar werd, wisten de beide mannen dat dit de stof was waar het om draaide. Zij leegden de koker in het water bij het Bumagemaal, openden het tweede vat en vervolgens de rest. Na het zesde vat was de Noordoostpolder gered van een overstroming.

,,Zandstra heeft me ook nog verteld dat er nog een laatste compartiment moet staan en dat dit te vinden is bij een hele harde oostenwind. Ik ben een keer gaan kijken tijdens een storm maar heb het niet kunnen vinden,’’ aldus de schrijver. Tevens ging het verhaal dat het drie Polen waren die de springstoffen onschadelijk hadden gemaakt. Waarschijnlijk is dit zelfs ergens opgetekend, maar klopt dit verhaal niet. Waarom nu pas duidelijk wordt dat Zandstra en Prins de Noordoostpolder waarschijnlijk hebben gered, heeft Sleeuwenhoek ook weten te achterhalen. ,,Zandstra antwoordde mij dat ze hem er nooit naar gevraagd hebben. Dus heeft hij het nooit verteld.’’