Individual Notes

Note for:   Salomon Jans,    -          Index

Occupation:   Grootschipper en havenmeester


Individual Notes

Note for:   Claes Igrams van Achlum,   ABT 1602 -          Index

Occupation:   Goudsmidsleerling en kamerbode Staten van Friesland


Individual Notes

Note for:   Dirck van Vierssen,    -          Index

Occupation:   zijdenlakenkoper, schrijver, kamerbode 1644-1653


Individual Notes

Note for:   Sybren Jans,    -          Index

Occupation:   Eigenerfde te Eestrum 1612-1646


Individual Notes

Note for:   Uwe Jans,    -          Index

Occupation:   Eigenerfde en dorpsrechter te Suameer


Individual Notes

Note for:   Jaen Feddes,   ABT 1600 - ABT 1678         Index

Occupation:   veerschipper


Individual Notes

Note for:   Heere Symens,   1597 - 2 MAR 1657         Index

Occupation:   makelaar


Individual Notes

Note for:   Obbe Hansen,    -          Index

Occupation:   Timmerman


Individual Notes

Note for:   Douwe Oenes Holckema,   ABT 1554 - 1586         Index

Occupation:   Pastoor te Goingarijp 1584

Individual Note:
      Een bewijs dat Douwe, Jetse en Meynert broers van elkaar zijn is (nog) niet geleverd.



Individual Notes

Note for:   Auke Stam van Napjus,   1795 - 23 JUL 1857         Index

Baptism:   
     Date:   10 DEC 1795
     Place:   Sneek

Occupation:   Horlogemaker

Individual Note:
      Auke Stam van Nabjus leed aan toevallen en is niet oud geworden.

De geschiedenis van het pand Kleinzand

SNEEK Vanaf 1690, toen het huis met de trapgevel op de hoek van het Kleinzand ingrijpend vernieuwd werd bleef het lange tijd eigendom van families die aan elkaar verwant waren: Roomskatholieke families van zaken- en ambachtslieden. Sinds 1761 werd het door FoIkert Crasburg en zijn wouw Gerbrig Joustra verhuurd, eerst aan de zilversmid Obbe Ydema en later aan Zweitse Molynus.
Na de dood van zijn vrouw in 1781 behield Crasburg het huis in beheer tot 1802. Toen verkocht hij "een zekere deftige wel ter neering Staande Huisinge Cum Annexis staande en gelegen op 't Kleinzand ten gemelden Stede. tegenwoordig bij de Old Scheper Ruurd Radersma wordende bewoond". Als naastliggers werden genoemd Oeph Claazes ten oosten en Maartje Wybes Wouters ten noorden, terwijl ten zuiden en westen de straten gelegen waren. Het huis werd voor ƒ2475-1-0 gekocht door Romke Romkes de jongh. gesterki door zijn vader Romke Oenes de Jongh.
Uit het archiefmateriaal uit bet begin van de l9de eeuw blijkt dat bet hoekpand in 1815 eigendom is van de zilversmid Petrus Rienstra. Hij is de zoon van een andere Sneker zilversmid, Jan Rienstra. Evenals zijn vader had hij een flink bedrijf. Zijn werk ontstond tussen 1798, bet jaar waarin hij de meesterproef aflegde en het jaar 1844, toen hij zijn bedrijf beëindigde. Uit bet register van de keurkamer Sneek blijkt bijvoorbeeld dat hij in 1809 van de twaalf in Sneek gevestigde zilversmeden de grootste productie had. Tot de werken die hij toen ter keuring aanbood behoorden maar liefst 804 oorijzers. maar onder andere ook vier zweepbeslagen en drie scbeerbouten, die wel als prijzen voor harddraverijen en zeil wedstrijden gediend zullen hebben. Ult de stedelijke administratie van Sneek blijft dat hij in 1809 een van de zwepen aan bet stadsbestuur leverde voor ƒ 113,-.
UitbreidingDe zaken gingen Petrus Rienstra blijkbaar zo goed dat hij in 1816 over ging tot aankoop van bet aangrenzende pand aan de Gedempte Poortezijlen, bet huis dat voor 1690 als achterhuis al bij bet hoekbuis bad gehoord. We zagen reeds eerder dat bet omstreeks 1700 eigendom was van de stadsbode Petrus Zijlstra, die bet verhuurde aan Jan Balkbout, ,"turfdrager en opsigter bij bet vallaat bij en aan de Potterzijl". In de loop van de 18de eeuw kwam bet huisje in bezit van Janneke Siccama, weduwe van de dominee van Lekkum, Martinus Swarte. Ze verkocht bet in 1747 voor 228 goudguldens en 7 stuivers (een goudgulden telde 28 stuivers).Koper van de "Huisinge met sijn erff en geregtigheit Cum Annexis, staande einde gelegen tussen de ZijIen" werd Wybe Wouters lid van het bekende Doopsgezin- de koopmansgeslacht, dat in de l8de eeuw in Sneek tot grote rijkdom kwam. Het huisje werd verhuurd aan Dirk AIberts, waarover in 1748 in een belastingkohier wordt opgemerkt: ,"Windt de kost en niet meer". Twee ongehuwde kinderen van Wybe Wouters, namelijk Martje en Dirk erfden het huisje en na de dood van de Langstlevende. Martje Wybes Wouters, in 1806 zullen haar erfgenamen het hebben verkocht aan Haring Wiersma, wiens weduwe het in 1816 overdroeg aan de zilversmid Petrus Rienstra, die zo gelegenheid kreeg zijn zaak uit te breiden.Verbouwing in 1818Bij de recente restauratiewerkzaamheden kwamen in het achterste deel van Kleinzand 1 weg getimmerde balken te voorschijn en daarop stonden in krijt aantekeningen, die de zoon van Petrus Rienstra gemaakt moet hebben: "1818 De 30 July deze Balk geleid". "J. P. Rienstra 1818 dito en Jan Rienstra 1818". Hieruit blijkt wel duidelijk dat de verbouwing in 1818 heeft plaatsgevonden. Het is zeker waarschijnlijk dat toen ook de voorgevel is vernieuwd. Deze behield wel de toen reeds ouderwetse trapvormige bekroning, maar de pui werd gewijzigd: de vensters kregen een roedeverdeling met ruitjes van vrij grote maat, groter dan in de vensters op de
verdieping Ook kwam er een deurpartij in de Empirestijl van het begin van de l9de eeuw. De omlijsting van de deur is verwant aan die van bet voor Auke Tjommes Stam gebouwde herenhuis Singel 84 (nu Brandsma) en aan die van de winkel van de Weduwe Joustra aan Kleinzand 32 uit 1829. De deur is een zogenaamde Porte-brisée Gelukkig is bij de vernieuwing van de dubbele deuren de gesneden lijst met eikenloof herplaats Zo'n lijst is ook nog te vinden op de deur voor bet gerechtsgebouw. Het lijkt waarschijnlijk dat in 1818 boven de deur van het glasvenster een gesneden bovenlicht was geplaatst De verbouwing van bet huis op de hoek van het Kleinzand en de vereniging met bet pandje aan de Poortezijlen zullen meegebracht hebben dat de mogelijk nog bestaan hebben de eenheid in hel metselwerk werd verstoord. Toch geloven wij niet dat toen de pleisterlaag reeds werd aangebracht; die moet uit bet einde van de 19de eeuw dateren Petrus Rienstra woonde met zijn vrouw Ynskje Schotanus voor: achter was de werkplaats en die werd nog voor 1830 uitgebreid met een daarachter gelegen geheel inpandig bouwwerk achter Kleinzand 3 en 5. Daarbij lag ook een bleek.
FamilielevenIn 1855 overleed Petrus Rienstra, zijn vrouw Ynskje Schotanus stief in 1864. Toen had haar reeds weduwe geworden dochter al enige laren bij haar gewoond. Het was lmke Petrus Rienstra, die in 1827 was gehuwd met de aan het Grootzand gevestigde Auke Stam van Nabjus. Toen Imkje bij haar moeder op de hoek van het Kleinzand kwam wonen waren twee dochters, Ynskje en Catharina Hayona Nabjus. nog bij haar thuis. Over haar gezinsleven staat iets in een brief die wij in 1980 kregen van mevrouw Catharina Hayona de Groot-Brugmans Ult Zeist. Zij ontving de brief in 1972 van haar zuster Grietje AIingh Brugmans1 die haar op haar ziekbed wilde opmonteren door herinneringen op te halen aan Sneker faznilie1eden
Ze schreef: .,Op de kruising van het Kleinzand en de toe" nog ongedempte Poortezijlen stond en staat nog steeds her witte huis met de trapgevel waarin Imke Rienstra woonde.
De goud- en zilverkashouder Petrus Rienstra overleed in 1855 in zijn huis op de hoek van het Kleinzand. Zijn weduwe Ynskje Schotanus bleef maar weinige jaren alleen. Haar dochter Imke, in 1857 weduwe geworden van de horlogemaker Auke Stam van Napjus, trok bij haar in met twee dochters, Ynskje en Catharina Hayona.
In 1864 overleed grootmoeder Ynske Rienstra-Schotanus en kleindochter Catharina Hayona Napjus vertrok in 1867, na haar huwelijk met de spiegelfabrikant Izaäk Johannes Brugmans, naar Groningen. Moeder Imke Rienstra en dochter Ynskje Napjus bleven met z'n tweeëën achter. Toen de moeder in 1879 overleed, wilde de ongehuwd gebleven Ynskje niet in Sneek blijven; ze vertrok naar Groningen.

Het huis met de trapgevel op de hoek van het Kleinzand werd nog in hetzelfde jaar 1879 gekocht door de koopman Arend Wytzes Stam, die zelf op Singel 34 (vroeger garage Loots) woonde.

Arend Wytzes Stam was gehuwd met Helena Feenstra, de weduwe van de houthandelaar Tjalling Teetzes Gongryp. Met zijn stiefzonen dreef hij een stoomzagerij aan de Houkesloot. Zijn dochter Akke, in 1851 uit het huwelijk met Helena Feenstra geboren, verloor haar hart aan de uit Groningen afkomstige jurist Mr. Carel Christiaan Paehlig, die in 1877 leraar in de staatswetenschappen werd aan de Sneker Hogere Burgerschool.